Het Innerlijke Laboratorium: wat heb je eraan?

Een psychiater met OCD vraagt een neurowetenschapper waarom hij al meer dan vijftig jaar mediteert

Ergens halverwege ons gesprek stelt psychiater Menno Oosterhoff de vraag waar eigenlijk alles om draait: “Waar is het allemaal goed voor?”

Het is een uitstekende vraag. Misschien zelfs de vraag die je moet stellen zodra iemand begint over meditatie, bewustzijn, spiritualiteit, esoterie of innerlijke ontwikkeling. Want de boekenkasten staan vol met grote woorden. Verlichting. Zelfrealisatie. Chakra’s. Het derde oog. Hogere bewustzijnstoestanden. Energie. Transformatie. Tegenwoordig komt daar een complete wellness-industrie bij die ons belooft dat we gelukkiger, gezonder en meer onszelf zullen worden.

Maar wat heb je eraan?

Menno en ik blijken allebei ongeveer op ons zeventiende aan een zoektocht te zijn begonnen, alleen vanaf twee totaal verschillende kanten. Menno kreeg te maken met dwang en heeft zich daar sindsdien, eerst noodgedwongen en later als psychiater, intensief mee beziggehouden. Mijn route begon toen een vriendin van mijn moeder mij twee boeken gaf. Het ene ging over Jung, symbolen en archetypen, het andere over raja yoga. Ik was zeventien, zij vierenzeventig, en op die leeftijd vond ik iemand van vierenzeventig vanzelfsprekend buitengewoon wijs. Ik nam de boeken dus serieus. Heel serieus zelfs.

Daar begon een zoektocht die inmiddels meer dan een halve eeuw duurt.

Waar vlieg je eigenlijk naartoe?

Tijdens ons gesprek moest ik denken aan een oud college van Viktor Frankl. Hij gebruikt daarin het beeld van een vliegtuig dat een bepaald punt wil bereiken terwijl er zijwind staat. Als de piloot rechtstreeks op zijn bestemming vliegt, komt hij er niet. Hij moet corrigeren voor de wind en als het ware naast zijn doel mikken om uiteindelijk precies goed uit te komen.

Frankl gebruikte dat als metafoor voor menselijke ontwikkeling. Wanneer we uitsluitend uitgaan van wat we op dit moment zijn, blijven we daar gemakkelijk onder. We hebben een richting nodig, een voorstelling van wat we zouden kunnen worden.

Dat idee heeft mij altijd aangesproken.

Maar wat is dan die richting?

Na meer dan vijftig jaar zou ik het nu misschien verrassend eenvoudig formuleren. Het gaat om het ontwikkelen van menselijke vermogens die we allemaal in aanleg bezitten, maar die nauwelijks vanzelf tot ontwikkeling komen: aandacht, aanwezigheid, wilskracht, intentie, concentratie en het vermogen niet onmiddellijk meegesleept te worden door iedere gedachte of emotie.

Dat klinkt minder spectaculair dan verlichting of het openen van het derde oog. Het is ook een stuk beter te onderzoeken.

Van Jung tot Franz Bardon

Mijn eigen zoektocht heeft me langs een bonte verzameling leraren, systemen en tradities gevoerd. Jung, yoga, India, Nepal, Gurdjieff, meditatie, tantrische tradities, esoterie, magie. Sommige wegen bleken waardevol. Andere wegen vond ik achteraf veel minder overtuigend dan toen ik eraan begon.

Dat laatste vind ik belangrijk.

Een innerlijke scholingsweg mag geen geloofssysteem worden dat zichzelf tegen kritiek beschermt. Ik heb bijvoorbeeld jarenlang intensief acupunctuur bestudeerd en ben uiteindelijk tot de conclusie gekomen dat veel van de specifieke theorie erachter mij niet overtuigt. Dat betekent niet dat er geen therapeutische effecten kunnen zijn, maar wel dat ik mijn eerdere verklaringen moest herzien.

Waarom zou dat voor meditatie, esoterie of magie anders zijn?

Een belangrijke impuls voor Het Innerlijke Laboratorium kwam toen ik het werk van Franz Bardon (1909-1958) opnieuw bekeek. Bardon was een Tsjechisch-Duitse hermeticus die een opmerkelijk systematische scholingsweg beschreef. Wat mij trof was niet zozeer zijn occulte wereldbeeld, maar zijn methodiek. Oefeningen werden opgebouwd. Eerst kort, vervolgens langer. Aandacht werd getraind. Visualisatie werd getraind. Concentratie werd getraind. Je ging niet zomaar zitten hopen op een mystieke ervaring. Je moest oefenen.

Daar ontstond een experiment uit: wat gebeurt er als je de historische en occulte aankleding voor een moment opzijzet en kijkt welke trainbare psychologische vermogens eronder liggen?

Zo begon Het Innerlijke Laboratorium.

Waarom een laboratorium?

Het woord laboratorium is bewust gekozen.

In een laboratorium neem je niet alles voor waar aan. Je observeert. Je voert een experiment uit. Je kijkt wat er gebeurt. Je herhaalt het. En wanneer de uitkomst niet overeenkomt met je theorie, moet uiteindelijk de theorie wijken.

Waarom zouden we onze innerlijke ervaringen niet met dezelfde houding kunnen onderzoeken?

Dat betekent niet dat subjectieve ervaringen waardeloos zijn. Integendeel. Een ervaring van diepe stilte, een beeld tijdens meditatie, een plotseling inzicht of een gevoel van eenheid kan buitengewoon betekenisvol zijn. Maar de ervaring en de verklaring van de ervaring zijn twee verschillende dingen.

Ik kan een ervaring serieus nemen zonder onmiddellijk te weten wat zij metafysisch betekent.

Dat is voor mij inmiddels een belangrijk uitgangspunt geworden.

Menno stelt de vervelende vraag

Menno luistert daar met belangstelling naar, maar neemt niet alles zomaar aan. Gelukkig maar.

Hij heeft zelf een wetenschappelijke en psychiatrische achtergrond en kent tegelijkertijd uit eigen ervaring de merkwaardige kronkels waartoe de menselijke geest in staat is. Hij vraagt dus terecht hoe ik weet dat ik na vijftig jaar niet gewoon een bijzonder ingewikkeld verhaal heb gebouwd rond mijn eigen ervaringen.

Mijn antwoord is eenvoudig:

Dat weet ik niet.

Misschien zit ik er op onderdelen volledig naast.

Juist daarom hebben we ijkpunten nodig.

Een van de belangrijkste heb ik bij George Gurdjieff gevonden: zelfherinnering. Kun je aanwezig zijn terwijl je iets doet? Kun je waarnemen wat er in jezelf gebeurt zonder er onmiddellijk mee samen te vallen? Kun je zien hoe automatisch je reageert?

Dat lijkt een bescheiden vermogen, maar wie het werkelijk probeert, ontdekt hoe weinig van ons dagelijkse leven bewust verloopt.

We denken, reageren, ergeren ons, verlangen, vrezen en verdedigen onszelf grotendeels automatisch. Pas wanneer er een kleine ruimte ontstaat tussen wat zich in ons afspeelt en degene die het waarneemt, ontstaat er keuzevrijheid.

Daar begint voor mij het Innerlijke Laboratorium.

En wat heeft iemand met OCD daaraan?

Hier raken onze twee zoektochten elkaar.

Menno probeert al jaren beter te begrijpen wat er gebeurt wanneer iemand met OCD door een gedachte, twijfel, gevoel of impuls wordt gegrepen. Het probleem is niet alleen dat zo’n gedachte verschijnt. Gedachten verschijnen bij iedereen. Het probleem is dat zij een buitengewone urgentie krijgt.

Ik moet dit oplossen.

Ik moet het zeker weten.

Ik moet controleren.

Ik moet het goed krijgen.

Ik moet van dit gevoel af.

Juist daar wordt het vermogen om waar te nemen zonder onmiddellijk te handelen interessant.

Menno noemt in ons gesprek vertrouwen en laatmaarheid, het vermogen iets te laten bestaan zonder het onmiddellijk te corrigeren. Hij zag juist in de eerste oefeningen van Het Innerlijke Laboratorium een mogelijke aansluiting bij zijn zoektocht naar manieren om mensen met dwang daarin te trainen.

Dat betekent niet dat meditatie ineens dé behandeling voor OCD is. Dat zou een veel te grote sprong zijn. Exposure en responspreventie en andere evidence-based behandelingen hebben hun eigen plaats.

De interessante vraag is bescheidener: kun je het vermogen trainen om een gedachte, impuls of onaangenaam gevoel waar te nemen zonder er automatisch achteraan te gaan?

Dat is onderzoekbaar.

En precies daarom experimenteren we ermee.

De Getuige

In Het Innerlijke Laboratorium noemen we dat vermogen de Getuige.

De Getuige is niets bovennatuurlijks. Het is het eenvoudige maar merkwaardige vermogen te merken dat je denkt terwijl je denkt, te merken dat je bang bent terwijl je bang bent, of een impuls te voelen zonder dat de impuls onmiddellijk een opdracht wordt.

Voor iemand met OCD kan dat verschil cruciaal zijn.

Er verschijnt:

Heb ik de deur wel afgesloten?

Normaal begint onmiddellijk het hele mechanisme. Herinneren. Controleren. Twijfelen. Teruglopen. Nogmaals controleren.

De Getuige voegt daar één klein moment aan toe:

Daar is die twijfel.

Meer hoeft er aanvankelijk niet te gebeuren.

Dat ene moment lost OCD niet op. Maar het verandert wel de positie van waaruit iemand de OCD ervaart. De gedachte is er nog, maar de gedachte en degene die haar waarneemt zijn niet langer volledig hetzelfde.

Daarom interesseert dit ons.

Het gevaar van spiritualiteit

Er zit natuurlijk ook een andere kant aan.

Wie zich met innerlijke ervaringen bezighoudt, kan gemakkelijk verdwalen in zijn eigen verklaringen. Alles wordt dan betekenisvol. Toeval bestaat niet meer. Iedere droom bevat een boodschap. Iedere lichamelijke sensatie wordt energie. Iedere bijzondere gedachte wordt intuïtie.

Voor iemand die gevoelig is voor obsessief denken kan zo’n wereld zelfs nieuw materiaal voor de dwang leveren.

Menno vertelt in ons gesprek hoe hij zelf vroeger eindeloos kon nadenken over vragen die principieel niet oplosbaar waren. Zou vaccinatie misschien karmische consequenties hebben? Wat gebeurt er spiritueel wanneer je na je dood organen afstaat? Zou medicatie misschien een innerlijke waarschuwing onderdrukken die toch belangrijk is?

Achteraf herkende hij daarin iets wat hij destijds niet als dwang zag: het verlangen zekerheid te verkrijgen over iets waarover zekerheid onmogelijk is.

Dat is een belangrijke waarschuwing voor ons project.

Spiritualiteit kan bevrijden, maar zij kan ook een nieuwe arena worden waarin dezelfde oude mechanismen verder spelen.

Daarom hebben we het laboratorium nodig.

Aan de vruchten

Hoe toets je dan een innerlijke ontwikkelingsweg?

Niet door te vragen hoeveel bijzondere ervaringen iemand heeft gehad. Ook niet door te tellen hoeveel boeken hij heeft gelezen, mantra’s kent of meditaties beheerst.

De interessantere vraag is wat er met die persoon gebeurt.

Wordt hij vrijer?

Kan hij beter omgaan met onzekerheid?

Is hij minder automatisch?

Kan hij beter luisteren?

Kan hij gemakkelijker iets laten?

Is er meer creativiteit?

Meer flexibiliteit?

Kan hij zijn overtuigingen herzien wanneer de werkelijkheid ermee botst?

Tijdens ons gesprek kwamen we vanzelf bij de oude formulering: aan de vruchten kent men de boom.

Of, iets moderner:

Walk your talk.

Wanneer iemand na dertig jaar meditatie nog even rigide, angstig en narcistisch reageert als daarvoor, hebben we reden om vragen te stellen bij zijn spirituele ontwikkeling, ongeacht hoe indrukwekkend zijn ervaringen klinken.

Dat geldt uiteraard ook voor mij.

Van controle naar creatie

Daarmee komen we bij wat voor mij misschien de verrassendste uitkomst van die lange zoektocht is.

Ik begon ooit met de vraag wat bewustzijn is en wat de mens zou kunnen ontwikkelen. Langzaam is de nadruk verschoven van bijzondere toestanden naar aanwezigheid.

En vanuit aanwezigheid verschijnt iets anders: creativiteit.

Wanneer je niet voortdurend bezig bent het verleden te herhalen of de toekomst onder controle te krijgen, ontstaat ruimte voor iets wat er een seconde geleden nog niet was. Een zin. Een melodie. Een idee. Een ontmoeting. Een boek. Een oplossing die je niet had gepland.

Je zou dat inspiratie kunnen noemen.

Je kunt het psychologisch formuleren en spreken over creativiteit. Je kunt het spiritueel formuleren en spreken over een bron. Voorlopig hoeven we niet te beslissen welke metafysica daarachter de juiste is.

Het verschijnsel zelf kunnen we onderzoeken.

Dus nogmaals: wat heb je eraan?

Aan het einde van ons gesprek komt Menno terug bij zijn oorspronkelijke vraag. Hij is inmiddels een paar weken bij ons op de Quinta en heeft allerlei oefeningen meegedaan. Hij vindt veel ervan fascinerend. Tegelijkertijd blijft de psychiater en wetenschapper in hem vragen:

Waar is dit allemaal goed voor?

Mijn antwoord is uiteindelijk veel eenvoudiger dan vijftig jaar geleden.

Het hoeft nergens toe te leiden.

Er is geen diploma voor innerlijke ontwikkeling. Geen garantie op verlichting. Geen bewijs dat je in een volgend leven een betere plek krijgt. Zelfs de grote metafysische verhalen kunnen waar zijn of niet waar zijn.

Wat we wél hebben, is dit moment.

Kunnen we daarin aanwezig zijn?

Kunnen we zien wat zich in ons afspeelt?

Kunnen we een gedachte soms een gedachte laten zijn?

Kunnen we onzekerheid verdragen zonder haar onmiddellijk dicht te timmeren?

Kunnen we iets wat op onze weg komt ontvangen zonder meteen in verzet te schieten?

En ontstaat uit die ruimte misschien iets wat er daarvoor nog niet was?

Daar ontmoeten de psychiater met zijn levenslange ervaring met OCD en de neurowetenschapper met zijn levenslange fascinatie voor meditatie elkaar uiteindelijk op een onverwachte plek.

Niet bij een geloof.

Niet bij een theorie.

Maar bij een experiment.

Dat experiment noemen wij Het Innerlijke Laboratorium.

Leave a comment