Waarom je bij een dwanggedachte beter naar je voeten kunt gaan dan naar je hoofd
Een aantekening bij het hoofdstuk over haptisch verankerde mindfulness, Psychiatrie tussen de klippen door (boek in ontwikkeling)
Een groep patiënten zit in een kring. Ogen dicht, rug tegen de leuning, voeten plat op de grond.
We vragen eerst hen om te voelen hoe hun lijf contact maakt met de stoel. Daarna: breng je aandacht naar je handen. Voel de temperatuur. Voel of de ene hand warmer is dan de andere. En dan, langzaam: pak één voet vast met beide handen, en ga voelen wat er te voelen valt.
Het klinkt bescheiden. Bijna te bescheiden om een hoofdstuk aan te wijden. Maar wie met dwangpatiënten werkt, weet dat precies dit bescheiden het punt is.
Het kleine experiment
De gangbare mindfulnessinstructie bij obsessies luidt: observeer de gedachte, wees getuige, laat haar voorbijtrekken als een wolk. Voor veel mensen werkt dat goed. Voor iemand met een dwangstoornis werkt het vaak averechts. Je richt je aandacht op het domein waar de dwang zelf zetelt, namelijk het denken, en precies daar word je gegrepen. De getuige-oefening wordt zelf een arena voor de dwang.
Wat we in deze sessie laten zien is een verschuiving van modaliteit. Niet: kijk naar je gedachte. Maar: verleg je aandacht naar de tast, naar het contactvlak tussen handen en voeten, naar temperatuurverschillen die je normaal nooit opmerkt. Geen enkele instructie vraagt om het gedachtestimuli te onderdrukken of te bestrijden. De aandacht krijgt gewoon een andere plek om te zijn.
Het concrete effect
Wat patiënten rapporteren, is niet dat de dwanggedachte verdwijnt. Dat is nooit de claim, en het zou een overclaim zijn die we in ons boek juist willen vermijden. Wat patienten rapporteren is een kortstondig maar herhaalbaar dwangvrij beleven: een paar seconden tot minuten waarin de aandacht ergens anders woont dan in het obsessieve circuit. Geen bestrijding, geen exposure, geen cognitieve herstructurering. Gewoon: een andere plek om te zijn.
Dat is klinisch interessant, want het is precies het soort interventie dat in de bestaande repertoirekaart van de psychiatrie amper voorkomt. Mind-to-mind (gesprekstherapie, cognitieve technieken) en molecule-to-mind (farmacotherapie) zijn goed uitgewerkt. Body-to-mind, de derde route via ademhaling, houding, tast, proprioceptie en interoceptie, is klinisch onderbelicht, ook al gebruiken clinici als Menno het mogelijk al jaren intuïtief.
De eenvoudige vraag
Waarom zou tast specifiek zo effectief zijn als ingang, meer dan bijvoorbeeld ademhaling alleen?
Een voorlopig antwoord: tast is intrinsiek niet-talig en intrinsiek niet-evaluatief. Een dwanggedachte draagt altijd een oordeel met zich mee (is dit wel goed genoeg, is dit wel veilig, heb ik dit wel gecontroleerd). Temperatuur voelen in je handpalm draagt geen oordeel. Er is niets aan een subtiele tinteling in je voetzool dat “fout” kan zijn. Menno’s eigen zin in de sessie is treffend: het is altijd goed wat je voelt, je hoeft nooit iets anders te voelen dan wat je voelt. Dat is precies het tegenovergestelde van hoe een obsessie werkt, waarin er altijd een discrepantie is tussen wat is en wat zou moeten zijn.
Waar de theorie begint
Hier raakt de oefening aan het mechanisme dat centraal staat: disproportionele saillantie op een achtergrond van een dispositionele verstoorde laatbaarheid, ofwel een moeite om tot rust, tot Gelassenheit te komen. De dwanggedachte is niet zozeer een verkeerde gedachte als wel een gedachte die een onevenredig gewicht heeft gekregen in het bewustzijnsveld. Wat de handen-en-voetenoefening doet, is niet die gedachte bestrijden, maar het bewustzijnsveld herverdelen: er komt iets anders bij dat evenveel of meer gewicht opeist, namelijk een tastsensatie die je nog nooit zo bewust hebt gevoeld.
Dat is ook waarom deze oefening in de toolbox van ons project Het interne laboratorium eerder thuishoort bij interventies voor rumratie en hyperarousal dan bij exposure-achtige technieken. Ze vervangt exposure en responspreventie niet, ze staat ernaast, als iets dat iemand tussen sessies door kan gebruiken op het moment dat hij vastzit.
Een kanttekening, want overclaimen wil ik hier juist niet
De voetmassage-passage in onze sessie verwijst ook losjes naar acupressuur en spreekt van honderdduizend punten in de voet. Dat is beeldspraak die goed werkt in een geleide meditatie en slecht standhoudt als je haar aan de literatuur toetst.